Warm en dichtbij.

 

STATUTEN

NAAM

ARTIKEL 1

1. De vereniging draagt de naam: "Nederlandse Categoriale vakvereniging Financiën".
2. De vereniging wordt bij afkorting ook genoemd: "NCF".
3. De vereniging wordt in deze statuten verder genoemd: "de bond".
4. De bond is oorspronkelijk opgericht op 24 november 1889.

ZETEL

ARTIKEL 2

De bond heeft zijn zetel te Rotterdam.

DOEL

ARTIKEL 3

1. De bond heeft ten doel:
a. het behartigen van:
-de collectieve belangen van de leden;
-de individuele belangen voor zover zij betreffen de positie als personeelslid of voormalig personeelslid, van het Ministerie van Financiën en zijn diensten;
b. het bevorderen van een goede verstandhouding, zowel tussen de personeelsleden onderling als met de leiding van het Ministerie van Financiën en zijn diensten, om op die wijze de harmonische uitvoering van de werkzaamheden van die diensten mede te bevorderen.

2. De bond tracht dit doel te bereiken onder meer door:
a. overleg met het Ministerie van Financiën en zijn diensten;
b. het houden van vergaderingen en andere bijeenkomsten;
c. het zelfstandig of in samenwerking met andere organisaties uitgeven van periodieken of geschriften;
d. het samenwerken met andere organisaties, zowel nationaal als internationaal, ter behartiging van collectieve belangen;
e. het toepassen van alle andere wettige middelen dan hiervoor omschreven, die het in lid 1 genoemde doel bevorderen.

GRONDSLAG

ARTIKEL 4

De bond is onafhankelijk, zonder binding met een bepaalde geestelijke stroming of politieke partij, onder volledige eerbiediging van de godsdienstige, wereldbeschouwelijke of politieke overtuiging van zijn leden.

LEDEN

ARTIKEL 5

1. Leden van de bond kunnen zijn:
a. alle personen, werkzaam bij het Ministerie van Financiën of zijn diensten in de meest uitgebreide zin, hierna te noemen "de dienst";
b. personen die al lid van de bond waren en de dienst hebben verlaten op basis van:
-pensionering;
-vervroegde of flexibele uittreding of;
-andere regeling met een soortgelijke strekking.

2. Daarnaast kent de bond zogeheten abonnees.
Abonnees zijn zij, die door het bestuur als zodanig zijn toegelaten en kunnen door het bestuur worden opgezegd. Abonnees zijn gebonden aan de statuten en aan de besluiten van het bestuur en de algemene vergadering. Zij hebben alleen toegang tot de algemene vergadering als het bestuur dit besluit. Zij hebben daar geen stemrecht.
De in deze statuten voor leden getroffen regelingen inzake toelating en opzegging met de gevolgen daarvan, zijn zoveel mogelijk ook van toepassing op de abonnees.

3. Abonnees kunnen slechts voor een gedeelte gebruik maken van de diensten van de bond. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld.

4. Aanmelding voor het lidmaatschap of als abonnee dient schriftelijk of digitaal bij de secretaris te geschieden.

5. Het bestuur houdt een ledenadministratie bij.

6. Uitsluitend de in lid 1 genoemde leden zijn leden van de vereniging in de zin van de wet.

TOELATING

ARTIKEL 6

1. Over de toelating van leden beslist het bestuur. Een afwijzende beslissing wordt met opgave van redenen, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk zes weken na aanmelding, digitaal of schriftelijk aan belanghebbende medegedeeld.

2. Een eventueel bezwaar tegen de afwijzing moet binnen zes weken hierna, eveneens digitaal of schriftelijk, worden ingediend bij de secretaris.

3. De secretaris legt het in lid 2 bedoelde bezwaarschrift voor aan een door het bestuur te benoemen toelatingscommissie. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld over de samenstelling van deze commissie en de te volgen procedure.

ERELEDEN EN LEDEN VAN VERDIENSTE

ARTIKEL 7

1. Personen, die zich jegens de bond bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt, kunnen op voordracht van het bestuur door de algemene vergadering tot erelid of lid van verdienste worden benoemd.

2. Een erelid en lid van verdienste heeft dezelfde rechten en plichten als een gewoon lid. Hij of zij hoeft echter geen contributie te betalen.

EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP

ARTIKEL 8

1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door het overlijden van het lid;
b. door digitale of schriftelijke opzegging door het lid of diens gemachtigde;
c. door digitale of schriftelijke opzegging door de bond. Deze kan geschieden:
-wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld;
-wanneer het lid zijn verplichtingen jegens de bond niet nakomt;
-wanneer redelijkerwijs van de bond niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de bond handelt, of de bond op onredelijke wijze benadeelt;

2. Opzegging en ontzetting namens de bond geschiedt door het bestuur.

3. Opzegging van het lidmaatschap zowel door het lid, als door de bond kan digitale of schriftelijk geschieden met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. Het lidmaatschap kan onmiddellijk worden beëindigd indien van de bond of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

4. Het opzeggen van het lidmaatschap laat onverlet de aansprakelijkheid van het lid voor de financiële verplichtingen jegens de bond.

5. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regels gesteld over de te volgen procedure bij opzegging of ontzetting van het lidmaatschap door de bond.

CONTRIBUTIE EN GELDMIDDELEN

ARTIKEL 9

1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een contributie, die door de algemene vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende contributie betalen.

2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van contributie te verlenen.

3. De overige geldmiddelen van de bond worden verkregen door:
a. de ontvangsten voortvloeiende uit de exploitatie van de in artikel 3, lid 2, letter c bedoelde periodieken en geschriften;
b. de ontvangsten voortvloeiende uit beleggingen; en
c. overige baten. Hieronder worden niet verstaan die gelden die zouden kunnen leiden tot het aangaan van ongewenste verplichtingen door de bond of door individuele leden.

BESTUUR

ARTIKEL 10

1. Het bestuur, benoemd door de algemene vergadering, bestaat uit minimaal zeven leden, waarvan de voorzitter, secretaris en penningmeester in functie worden benoemd.

2. Tot lid van het bestuur zijn benoembaar de leden, genoemd in artikel 5, lid 1, letter a., die tenminste twee jaar lid zijn van de bond.

3. Voorzitter, secretaris en penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur.

4. De in lid 2 bedoelde leden kunnen zich kandidaat stellen voor het bestuur.

5. Is voor een functie slechts één kandidaat gesteld, dan wordt deze bij geen bezwaar met algemene goedkeuring benoemd. Zijn voor een functie meerdere kandidaten gesteld, dan vindt een schriftelijke stemming plaats.

6. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels gesteld worden over de
bevoegdheden van de leden van zowel het bestuur en/of dagelijks bestuur.

7. Voor bijzondere aangelegenheden kan het dagelijks bestuur zich laten bijstaan door daarvoor geschikte deskundige personen.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP - PERIODIEK AFTREDEN - SCHORSING

ARTIKEL 11

1.De leden van het bestuur hebben een zittingstermijn van drie jaar en treden af volgens een rooster. Het rooster wordt door het bestuur jaarlijks vastgesteld. De zittingstermijn van een bestuurslid begint op de eerste dag volgende op de algemene vergadering waarin het bestuurslid is gekozen. De zittingstermijn van een bestuurslid eindigt op de eerste dag volgende op de algemene vergadering waarin het bestuurslid niet meer herkiesbaar is dan wel niet herkozen is.

2. Een aftredend bestuurslid is direct herbenoembaar.

3. In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk tijdelijk door het bestuur voorzien. Deze tijdelijke voorziening eindigt uiterlijk op de datum van de eerstvolgende algemene vergadering.

4. Een bestuurslid treedt af uiterlijk één jaar na het verlaten van de actieve dienst, doch in ieder geval in de eerstvolgende algemene vergadering.

5. Ieder bestuurslid kan te allen tijde door het bestuur met een twee derde meerderheid van stemmen van alle bestuursleden worden geschorst. Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot ontslag door de algemene vergadering, eindigt door het verloop van die termijn.

6. Het bestuurslidmaatschap eindigt door het bedanken door het bestuurslid en door het beëindigen van het lidmaatschap als bedoeld in artikel 8.

VERGADERINGEN EN BESLUITVORMING BESTUUR

ARTIKEL 12

1. a. De voorzitter roept een bestuursvergadering bijeen.
b. De voorzitter is verplicht een bestuursvergadering bijeen te roepen op verzoek van ten minste drie bestuursleden.
c. De in lid 1, letter b bedoelde vergadering wordt gehouden uiterlijk veertien dagen na het gedane verzoek.
d. De agenda wordt ingediend door de verzoekende bestuursleden.
e. Betreffende bestuursleden bezorgen uiterlijk vijf werkdagen voorafgaand aan de bestuursvergadering bij ieder bestuurslid de agenda en de onderliggende stukken.

2. Het dagelijks bestuur maakt de agenda op. De voorzitter is verplicht een bepaald onderwerp op de agenda te plaatsen op verzoek een bestuurslid.

3. De voorzitter heeft de bevoegdheid om de beraadslaging over een aan de orde zijnd onderwerp te sluiten, tenzij het bestuur anders besluit.

4. Het oordeel van de voorzitter over de totstandkoming en de inhoud van een besluit is niet beslissend.
5. Van het verhandelde in elke vergadering wordt door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon een verslag opgemaakt, dat wordt vastgesteld door het bestuur.

6. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gesteld over de
vergaderingen van en de besluitvorming door het bestuur.

BESTUURSTAAK -(BEVOEGDHEDEN) – VERTEGENWOORDIGING

ARTIKEL 13

1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de bond.

2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd, onder de verplichting om zo spoedig mogelijk in de opengevallen vacature(s) voor dit bestuur te voorzien.

3. Het bestuur is, met goedkeuring van de algemene vergadering, bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.

4. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de algemene vergadering voor besluiten tot:
1e.onverminderd het bepaalde in lid 4, ten 2e het aangaan van rechtshandelingen en het verrichten van investeringen een bedrag van vijf en twintig procent (25%) van de totale jaarcontributie van het afgelopen bondsjaar te boven gaande;
2e. a. het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een
bankkrediet wordt verleend;
b. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen
van gelden, waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een
aan de vereniging verleend bankkrediet;
c. het aangaan van dadingen;
d. het optreden in rechte, waaronder het voeren van arbitrale
procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire
maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen
uitstel kunnen leiden;
e. het sluiten en wijzigingen van arbeidsovereenkomsten.

5. Onverminderd het in lid 3 bepaalde wordt de bond vertegenwoordigd door het bestuur alsmede door het gezamenlijk handelen van twee van de volgende leden van het bestuur, te weten: voorzitter, secretaris en penningmeester.

FINANCIEEL JAARVERSLAG – REKENING EN VERANTWOORDING

ARTIKEL 14

1. Het bondsjaar loopt van één januari tot en met 31 december.

2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de bond zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.

3. Het bestuur brengt binnen drie maanden na afloop van het jaar, behoudens verlenging van deze termijn door de algemene vergadering, zijn financieel jaarverslag uit onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten en legt in de algemene vergadering rekening en verantwoording af over het in het afgelopen jaar gevoerd bestuur
en dient de begroting over het komende jaar in. Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden; ontbreekt de ondertekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt. Na afloop van de termijn kan ieder lid bij niet-nakoming deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.

4. De algemene vergadering benoemt jaarlijks uit de leden een kascontrolecommissie van tenminste drie personen, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur. Deze commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de algemene vergadering verslag van haar bevindingen uit.

5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan deze commissie zich door een deskundige doen bijstaan. Het bestuur is verplicht aan deze commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de bond te geven.

6. De last van deze commissie kan te allen tijde door de algemene vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascontrolecommissie.

7. Het bestuur is verplicht de bescheiden, bedoeld in de leden 2 en 3, volgens de door de wet gestelde termijn te bewaren.

ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 15

1. Aan de algemene vergadering komen in de bond alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.

2. Jaarlijks, uiterlijk binnen zes maanden na afloop van het bondsjaar, wordt een algemene vergadering gehouden. In de algemene vergadering komt ten minste aan de orde:
a. vaststelling van het verslag van de vorige algemene vergadering;
b. het jaarverslag van de bond;
c. het financieel jaarverslag en de rekening en verantwoording bedoeld in artikel 14 met het verslag van de aldaar bedoelde kascontrolecommissie en de begroting voor het komende jaar;
d. de benoeming van de in artikel 14, lid 4 bedoelde kascontrolecommissie voor het volgende bondsjaar:
e. voorziening in vacatures, als bedoeld in artikel 11, lid 3;
f. verantwoording bestuursbeleid van het afgelopen jaar;
g. jaarplan lopend jaar;
h. meerjarenbeleid;
i. statutaire voorstellen gedaan door de regiocoördinatoren vanuit de ledenraad.

3. Andere algemene vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenselijk oordeelt.

4. Met schriftelijke opgaaf van redenen en de agendapunten hebben tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen in de algemene vergadering het recht bij het bestuur een voorstel in te dienen tot het houden van een algemene vergadering. Het bestuur is verplicht naar aanleiding daarvan tot
bijeenroeping van een algemene vergadering op een termijn van niet langer dan twee maanden. Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproeping overeenkomstig artikel 21 of bij advertentie in hetzij het eigen bondsmagazine, hetzij twee landelijke dagbladen.

REGIO'S -LEDENRAAD

ARTIKEL 16

1. De bond wordt ingedeeld in één of meer regio's.

2. Bij huishoudelijk reglement kunnen nadere regels worden gesteld over de
samenstelling van een regio.

3. Een regio houdt voorafgaand aan de algemene vergadering een ledenraad. Hiervoor worden alle leden in die regio uitgenodigd.

4. De ledenraad bespreekt tenminste de agenda van de algemene vergadering.

5. De regio's zijn verplicht hun statutaire voorstellen tenminste drie weken voor de algemene vergadering door tussenkomst van de regiocoördinator in te dienen bij het bestuur.

TOEGANG TOT EN STEMRECHT IN DE ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 17

1. De algemene vergadering bestaat uit maximaal vijf afgevaardigden per regio.

2. De afgevaardigden worden per regio gekozen uit de leden van de bond in die bepaalde regio.

3. De afgevaardigden van een regio kunnen door de leden van die regio worden ontslagen.

4. De verkiezing van een afgevaardigde geschiedt bij meerderheid van stemmen.

5. Afgevaardigden worden gekozen voor een periode van één jaar.

6. Alleen afgevaardigden hebben stemrecht in de algemene vergadering.

7. De afgevaardigden per regio hebben gezamenlijk een aantal stemmen, berekend naar het aantal leden van de regio aan het einde van het afgelopen bondsjaar.

8. Indien in een algemene vergadering door de afgevaardigden stem moet worden uitgebracht over een voorstel waarover in de ledenraad is gestemd, zal door de afgevaardigden van de betreffende regio gestemd worden overeenkomstig de verhouding van de in de regio uitgebrachte stemmen ten opzichte van het aantal aanwezige leden als bedoeld in lid 7. Breuken worden afgerond te beginnen met vijf/tiende naar boven en daaronder naar
beneden.

9. De afgevaardigden uit een regio wijzen uit hun midden een afgevaardigde aan, die stem uitbrengt voor de regio als gevolmachtigde van hen.

10. Toegang tot de algemene vergadering hebben alle leden van de bond.

11. Over toelating van andere dan de in lid 10 bedoelde personen beslist het bestuur.

12. Geen toegang hebben ontzette leden en geschorste bestuursleden. Zij zijn in de gelegenheid zich tegen de ontzetting dan wel tegen de schorsing te verweren. Over de wijze van be- en afhandeling van dit verweer worden nadere regels gesteld in het huishoudelijk reglement.

VOORZITTERSCHAP - VERSLAG VAN DE ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 18

1.De algemene vergadering wordt geleid door de voorzitter van de bond. Ontbreekt de voorzitter, dan treedt één van de andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op. Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.

2. Van het verhandelde in elke vergadering maakt de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen persoon verslag op. Dit wordt door de voorzitter, na goedkeuring door de algemene vergadering, ondertekend. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken. De inhoud van het verslag of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 19

1. Het ter algemene vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat er door de vergadering een besluit genomen is, alsmede over de uitslag van een stemming, is beslissend. Het zelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.

2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, wanneer de meerderheid der vergadering of indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een aanwezige stemgerechtigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen.

4. Ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. Een blanco of onthouden stem wordt geacht te zijn uitgebracht.

5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming plaats of in geval van een bindende voordracht, een tweede stemming tussen de voorgedragen kandidaten plaats. Heeft dan wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats, totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken. Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet
is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen, op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon, op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht. Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt, op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht. Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.

6. Staken de stemmen over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan is het voorstel verworpen.

7. Alle stemmingen over personen geschieden schriftelijk. Alle stemmingen over zaken geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.

8. Een eenstemmig besluit van alle stemgerechtigde leden, ook al zijn deze niet in een vergadering bijeen, heeft, mits met voorkennis van het bestuur genomen, dezelfde kracht als een besluit van de algemene vergadering.

9. Zolang in de algemene vergadering alle stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, over alle aan de orde komende onderwerpen - dus mede een voorstel tot statutenwijziging of tot ontbinding - ook al heeft geen oproeping plaatsgehad of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift over het oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.

BIJEENROEPING ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 20

1.De algemene vergadering wordt bijeengeroepen door het bestuur. De oproeping geschiedt digitale of schriftelijk aan de adressen van de leden of door middel van het bondsmagazine.

2. Het bestuur maakt de datum van deze vergadering uiterlijk drie maanden vooraf bekend.

3. De te behandelen punten worden tenminste één week voorafgaande aan de datum waarop de ledenraad wordt gehouden ter kennis van de leden gebracht.

4. De regio's zijn verplicht hun statutaire voorstellen tenminste drie weken voor de algemene vergadering in te dienen bij het bestuur.

STATUTENWIJZIGING

ARTIKEL 21

1. In de statuten van de bond kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene vergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat daar wijzigingen van de statuten zullen worden voorgesteld.

2. Het bestuur moet, nadat zij de oproeping tot de algemene vergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging heeft gedaan, tenminste twee weken voor de ledenraad alle leden in kennis stellen van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen.

3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt na verloop van twee weken, doch binnen vier weken daarna, een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.

4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.

ONTBINDING

ARTIKEL 22

1. De bond kan worden ontbonden door een besluit van de algemene vergadering. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige toepassing.

2. Bij het besluit tot ontbinding wordt tevens een bestemming aan het batig saldo gegeven, met inachtneming van het in artikel 3 lid 1 beoogde doel.

3. De vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij de algemene vergadering anders besluit.

4. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden vereniging gedurende tien jaren berusten onder de jongste vereffenaar.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

ARTIKEL 23

1. De algemene vergadering kan bij huishoudelijk reglement nadere regels geven over alle onderwerpen, waarvan een regeling haar gewenst voorkomt.

2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten.

SLOTBEPALING

ARTIKEL 24

1. De bond zal zoveel als mogelijk op alle huisstijldragers de navolgende tekst opnemen: "Oorspronkelijk opgericht op 24 november 1889".

2. De bond zal indien zij een fusie aangaat bevorderen dat deze bepaling in de statuten van een nieuwe vereniging wordt opgenomen.



HUISHOUDELIJK REGLEMENT

BONDSMAGAZINE

ARTIKEL 1

1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, letter c van de statuten geeft de bond een magazine uit. Dit verschijnt periodiek, overeenkomstig door het bestuur te geven richtlijnen.

2. Het magazine wordt aan alle leden, ereleden en leden van verdienste verstrekt en kan, al dan niet tegen betaling, verkrijgbaar worden gesteld aan derden.

3. Alle oproepen, mededelingen en dergelijke die in het magazine worden geplaatst, worden geacht aan de leden persoonlijk ter kennis te zijn gebracht.

ARTIKEL 2

1. Het magazine verschijnt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur.

2. De eindredactie wordt opgedragen aan een bestuurslid.

3. Het in lid 2 genoemde bestuurslid levert jaarlijks een verslag in bij het bestuur over de gang van zaken.

ARTIKEL 3

Klachten ten aanzien van uitvoering en plaatsing worden ingediend bij het verantwoordelijke bestuurslid. Deze gaat in gesprek met de klager. Is de klager niet tevreden dan kan deze een klacht indienen bij de klachtencommissie. De klachtencommissie als bedoeld in artikel 6, lid 3 van de statuten bestaat uit 5 personen, te weten één bestuurslid zijnde lid van het dagelijks bestuur, één bestuurder van de bond, één lid individuele belangenbehartiger, één gewoon lid en één lid aan te wijzen door de klager. Alle leden van de commissie moeten lid zijn van de bond met uitzondering van de bestuurder.

LEDEN

ARTIKEL 4

Ieder lid ontvangt een exemplaar van de statuten en het huishoudelijk reglement. Deze stukken worden niet uitgereikt indien door het bestuur is gezorgd dat een actuele versie raadpleegbaar is op de website van de bond.

ARTIKEL 4a


Individuele belangenbehartiging
Leden hebben vanaf de datum van aanmelding recht op bijstand in de sfeer van individuele belangenbehartiging.

Indien blijkt dat bijstand nodig is, geldt dit alleen voor bijstand in een zaak waarvan de aanvangsdatum na de aanmeldingsdatum ligt.
Eventuele onbillijkheden van overwegende aard zullen worden voorgelegd aan het bestuur.

Voor eventuele bijstand moet het aanmeldformulier zijn ingezonden en de contributie betaald.

TOELATING ALS LID

ARTIKEL 5

1. De toelatingscommissie als bedoeld in artikel 6, lid 3 van de statuten bestaat uit 5 personen, te weten één bestuurslid zijnde lid van het dagelijks bestuur, één bestuurder van de bond, één lid individuele belangenbehartiger, één gewoon lid en één lid aan te wijzen door de klager. Alle leden van de commissie moeten lid zijn van de bond met uitzondering van de bestuurder.

2. De toelatingscommissie doet binnen zes weken, nadat het bezwaarschrift door de secretaris is ontvangen, gemotiveerd uitspraak aan het bestuur. Een afschrift hiervan wordt zo spoedig mogelijk verzonden aan belanghebbende.

3. Eventueel beroep tegen de uitspraak van de toelatingscommissie dient door het bestuur en/of de belanghebbende binnen zes weken na die uitspraak, eveneens schriftelijk te worden ingesteld bij de algemene vergadering.

4. Gedurende de bezwaar- en beroepstermijn wordt de belanghebbende geacht niet te zijn toegelaten.

5. Indien de algemene vergadering alsnog besluit tot toelating van de belanghebbende, kan hieraan geen terugwerkende kracht worden verleend of ontleend.

EINDE LIDMAATSCHAP

ARTIKEL 6

1. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap door de bond wordt betrokkene zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen zes weken schriftelijk met opgave van redenen in kennis gesteld.

2. Een eventueel bezwaar tegen de opzegging van het lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap dient binnen vier weken hierna, eveneens digitaal of schriftelijk, te worden ingesteld bij de secretaris.

3. Hij legt het in lid 2 bedoelde bezwaarschrift voor aan een door het bestuur te benoemen beëindigingscommissie. Deze commissie bestaat uit 5 leden, te weten één bestuurslid zijnde lid van het dagelijks bestuur, één bestuurder van de bond, één lid individuele belangenbehartiger, één gewoon lid en één lid aan te wijzen door de klager. Alle leden van de commissie moeten lid zijn van de bond met uitzondering van de bestuurder.

4. De beëindigingscommissie, doet binnen zes weken nadat het bezwaarschrift bij de secretaris is ingediend, gemotiveerd uitspraak. Een afschrift van de uitspraak wordt zo spoedig mogelijk verzonden aan belanghebbende.

5. Eventueel beroep tegen de uitspraak van de beëindigingscommissie dient door het bestuur en/of de belanghebbende binnen zes weken hierna, eveneens schriftelijk te worden ingesteld bij de algemene vergadering.

6. Het beroep wordt behandeld in de eerstkomende algemene vergadering. Het lid wordt zo spoedig mogelijk met opgave van redenen in kennis gesteld van het besluit van de algemene vergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.

ARTIKEL 7

Aan leden die bondsvoorzitter zijn geweest, kan de persoonlijke titel van erevoorzitter worden verleend.

CONTRIBUTIE EN GELDMIDDELEN

ARTIKEL 8

1. De in artikel 9, lid 1 van de statuten bedoelde contributie wordt voldaan door inhouding op het salaris.

2. Indien inhouding op het salaris niet mogelijk is, wordt automatische incasso toegepast.

3. Indien dit niet mogelijk is dient de contributie of bijdrage zelf door het lid te worden voldaan.

4. Het bestuur stelt het minimum bedrag vast dat door een abonnee aan de vereniging jaarlijks is verschuldigd.
Abonnees kunnen alleen via vooruitbetaling hun jaarbijdrage via automatische incasso voldoen.
De bond houdt een register bij waarin de namen en adressen van de abonnee zijn vermeld.

ARTIKEL 9

De gelden van de bond worden gespreid en risicomijdend belegd.

REGIO'S

ARTIKEL 10

De bond kent een of meerdere regio's, welke per regio gecoördineerd worden door een regiocoördinator.

BESTUUR

ARTIKEL 11

1. Tenminste drie maanden voor de datum van de algemene vergadering doet het bestuur aan de regiocoördinatoren opgave welke van de bestuursleden aftredend zijn en of deze zich al dan niet herkiesbaar stellen.

2. Tenminste twee maanden voor de algemene vergadering moet een voordracht van een bestuurskandidaat bij het bestuur bekend zijn.

3. Bij de kandidaatstelling voor een bestuursfunctie dient een bereidverklaring van de kandidaat te worden overgelegd.

ARTIKEL 12

1. Bij afwezigheid van een bestuurslid treedt, in onderling overleg, één van de andere bestuursleden als plaatsvervanger op bij in- en externe aangelegenheden.

2. De plaatsvervanger, bedoeld in lid 1 van dit artikel, heeft dezelfde rechten en plichten als het bestuurslid dat wordt vervangen.

3. De contacten met de media lopen via de voorzitter, dan wel diens plaatsvervanger conform artikel 18 van de statuten.

DAGELIJKS BESTUUR

ARTIKEL 13

Het dagelijks bestuur houdt zich bezig met de dagelijkse aangelegenheden van de bond en is verantwoordelijk voor de kantoororganisatie.

ARTIKEL 14

1. De voorzitter of zijn plaatsvervanger leidt de vergaderingen van het bestuur. Ontbreken zowel de voorzitter als diens plaatsvervanger dan wijst de vergadering een bestuurslid aan, die als dagvoorzitter optreedt.

2. De secretaris is belast met de correspondentie, het bijhouden van de in artikel 5, lid 4 van de statuten bedoelde ledenadministratie en het beheer van het archief. Onder zijn verantwoordelijkheid kan hij zich door de kantoororganisatie laten bijstaan.

3. De penningmeester is belast met het beheer van de geldmiddelen en gebouwen. Onder zijn verantwoordelijkheid kan hij zich door de kantoororganisatie laten bijstaan.

4. De kascontrolecommissie als bedoeld in artikel 14, lid 4 van de statuten, wordt gevormd door drie bondsleden, die boekhoudkundige ervaring dienen te hebben. Ze treden jaarlijks volgens een door het bestuur voor te stellen rooster af, dat door de algemene vergadering goedgekeurd dient te worden, en zijn niet binnen twee jaar herkiesbaar. Zowel het bestuur als de regio's zijn tot kandidaatstelling bevoegd.

5. De penningmeester treedt in overleg met het bestuur voor alle bestellingen en aan te gane verplichtingen, welke een jaarlijks door het bestuur vast te stellen bedrag te boven gaan.

6. De penningmeester draagt er zorg voor, dat rekeningen en kwitanties van alle niet dagelijkse en periodieke uitgaven aan de in lid 4 bedoelde leden worden voorgelegd, die ze als bewijs daarvan voor gezien tekenen.

ARTIKEL 15

Van de besprekingen in het bestuur wordt van het goedgekeurde bestuursverslag een beknopt verslag aan de regiocoördinatoren gezonden.

ARTIKEL 16

1. Aan de in artikel 10 van de statuten bedoelde personen kan, indien de aard van de functie en de uitvoering daarvan dit rechtvaardigen, een financiële vergoeding worden gegeven.

2. Aan anderen die ten behoeve van de bond werkzaamheden verrichten kan door het bestuur eveneens een onkosten- of andere vergoeding worden toegekend.

ALGEMENE VERGADERING

ARTIKEL 17

1. Plaats en datum van de algemene vergadering worden door het bestuur vastgesteld.

2. De reis- en verblijfkosten van genodigden en afgevaardigden komen ten laste van de bondskas en worden op declaratiebasis door de bondspenningmeester uitbetaald.

3. Het verslag van de voorgaande algemene vergadering worden in concept tijdig aan de regiocoördinatoren gezonden.