Warm en dichtbij.

 
 marianne  Blog augustus 2017

 
 Tekst:
 Marianne Wendt

_______________________________________

Telefoongesprek

‘Kan ik met iemand van de vakbond praten?’
Ik zit in mijn pyjama thuis te werken. De koffie staat net te pruttelen als ik Paul aan de lijn krijg.
‘Je kan nu met mij praten’, antwoord ik. ‘Misschien kan ik je helpen?’ 

Paul werkt bij toezicht als C-medewerker. Hij hoort al vijf jaar lang dat zijn werk verdwijnt, maar nu merkt hij zelf ook dat het werk vermindert. ‘Ik ben nu 55 jaar… dus willen ze me niet. En nu is er geen uitstroomregeling meer. Ze komen ook al aan de PAS-regeling’.

Wat is er aan de hand? Ik kijk naar buiten terwijl ik nadenk. De zon schijnt en buiten spelen de buurtkinderen, die niet op vakantie zijn, met een opblaasbare groene krokodil. Het raam staat open, dus ik hoor ze lachen.
‘Een uitstroompremie bestaat nog steeds, maar niet meer in generieke vorm. Deze wordt vanaf nu gericht ingezet voor de medewerkers die deze nodig hebben. Als jouw werk straks verdwijnt, heb je recht op een uitstroompremie.’

‘O, dat is fijn om te horen’, antwoordt Paul.

‘Ook de PAS-regeling blijft bestaan, er is echter wel een probleem met de pensioengevendheid vanwege fiscale wetgeving. Momenteel is onduidelijk hoe groot dit probleem is.’ Het is even stil aan de lijn. Dat was natuurlijk niet fijn om te horen. De buurjongen heeft inmiddels de groene krokodil bemachtigd en rent hard weg. ‘Maar hoe dan ook’, probeer ik hem alsnog gerust te stellen, ‘de Belastingdienst kan je niet ontslaan vanwege reorganisaties of omdat jouw werk ophoudt. Je hebt altijd recht op werk en recht op inkomen.’

‘Maar als ze me niet willen?’, vraagt Paul zich af. ‘En een ander kantoor, dat is meer reizen. Of buiten de Belastingdienst, dan kan ook, zeggen ze.’

En dan begrijp ik Pauls ongerustheid. Hij is onzeker over zijn toekomst en onzeker of de Belastingdienst hem nog wel wil hebben als zijn werk verdwijnt. Die onzekerheid wordt gevoed doordat de leiding van de Belastingdienst continu roept dat het werk voor B- en C-personeel verdwijnt en zich regelmatig negatief uitlaat over hun oudere personeelsleden.
Ik weet natuurlijk de antwoorden op Pauls vragen niet. En ik kan hem ook niet geruststellen. Daarom vertel ik hem de naam van een NCF-kaderlid op zijn kantoor, waarmee hij af en toe kan praten. Terwijl ik ophang denk ik boos: het zou goed zijn indien de leiding van de Belastingdienst minder nonchalant al die onzekerheid als rotte appels rondstrooit.

Eindelijk kan ik dan de kop koffie inschenken die al die tijd verleidelijk ruikt. En terwijl ik deze langzaam opdrink wordt mijn denken helderder en genuanceerder. Ik snap ook wel dat de leiding van de Belastingdienst niet in de toekomst kan kijken. Zij weten ook niet wat de effecten van automatisering en digitalisering zijn op het werk van hun personeel. Maar op het moment dat werk echt gaat verdwijnen is het vroeg genoeg om het personeel te informeren. Eerder niet! En indien ze dan gelijk ander werk in het vooruitzicht stellen, dan voorkomt dat veel boosheid en onzekerheid. Dat zou van goed werkgeverschap getuigen.